Hardheidsclausule

Beleidslijn toepassing hardheidsclausule

  

Inleiding:

In het certificatieschema van VastgoedCert is in paragraaf 8.5 een hardheidsclausule opgenomen. Deze luidt als volgt:

Hardheidsclausule bij (her)certificatie

Indien een kandidaat meent op andere gronden dan gespecificeerd in dit certificatieschema recht te hebben of te houden op het certificaat, dient hij/zij een daartoe onderbouwd schriftelijk verzoek in te dienen bij één van de Certificerende Instellingen. De Certificerende Instelling (of namens de Certificerende Instelling een daartoe ingestelde commissie) onderzoekt dit verzoek op basis waarvan de certificerende instelling besluit op het verzoek.

 

Het CCvD kan door de Certificerende Instelling om niet bindend advies worden gevraagd tijdens het onderzoek naar een specifiek ingediend verzoek.

 

Namens het Centraal College van Deskundigen (CCvD) worden verzoeken om toepassing van deze hardheidsclausule sedert 2006 behandeld door een commissie, bestaande uit de voorzitters van de werkkamers en een vertegenwoordiger van de Certificerende Instelling (als adviseur) onder voorzitterschap van de vice voorzitter van het CCvD.

De beleidslijn voor de toepassing van de hardheidsclausule is in de loop der jaren een aantal keren aangepast (2008, 2009). De laatste herziening was noodzakelijk in verband met het per 1 januari 2008 gewijzigde stelsel van hercertificering.

 

De volgende ontwikkelingen maken een update van de beleidslijn wederom noodzakelijk:
  • de beëindiging van de overgangsregeling per 1 juli 2008, leidend tot aanvragen op basis van andere diploma’s dan die voorheen waren opgenomen in de overgangsregeling;
  • vereenvoudiging van de hercertificering als gevolg van het afschaffen en het vakspecifiek integreren van de Basistheorie (per 1 januari 2011). Hierdoor vervalt de cumulatiemogelijkheid.

Initiële certificatie

Bij toepassing van de hardheidsclausule bij initiële certificatie gaat het vooral om de toelating van kandidaten tot de praktijkexamens (Wonen/MKB, BV en LV) op basis van andere theoriediploma’s dan die zijn opgenomen in het certificatieschema. De beleidslijn in deze is:

 

Voor toelating tot een van de praktijkexamens op basis van andere theoriediploma’s dan omschreven in het certificatieschema is het noodzakelijk dat de kandidaat aantoont of aannemelijk maakt (of dit door de opleider laat doen) dat de gevolgde opleiding gelijkwaardig is aan hetgeen het certificatieschema voorschrijft, uitgedrukt in eind- en toetstermen.

 

Verzoeken van deze aard worden in toenemende mate gedaan. De Commissie heeft reeds in een aantal situaties ingestemd met toelating op basis van andere theoriediploma’s, al dan niet aangevuld met substantiële werkervaring. In enkele gevallen is een aanvullende opleidingseis gesteld. De ultieme test is en blijft het praktijkexamen, waar iedereen aan moet voldoen.

 

Hercertificering

Voor hercertificering heeft een beroep op de hardheidsclausule alleen zin als een gecertificeerde  buiten eigen schuld niet tijdig (binnen de lopende certificatieperiode) kan of heeft kunnen voldoen aan de vereisten voor hercertificering. In het overgrote merendeel van de gevallen zal dit zo zijn indien sprake is (geweest) van:

 

situaties van aantoonbare ernstige ziekte of ingrijpende persoonlijke omstandigheden, waardoor betrokkene gedurende een langdurige aaneengesloten periode niet in staat is (geweest) werkzaamheden te verrichten en/of studieactiviteiten te ontplooien.

 

In situaties van deze aard, zijn de volgende mogelijkheden denkbaar:·      
  • indien binnen een jaar na afloop van de certificatieperiode alsnog kan worden voldaan aan de vier verplichtingen, kan de commissie éénmalig uitstel van maximaal een jaar verlenen;·       
  • indien binnen een jaar na afloop van de certificatieperiode niet alsnog kan worden voldaan aan de vier verplichtingen, kan de commissie éénmalig uitstel van maximaal een jaar verlenen voor het opnieuw afleggen van het praktijkexamen. In dat geval moet dus door het met goed gevolg afleggen van een praktijkexamen (binnen 1 jaar na verlopen van het certificaat) worden gehercertificeerd.

Uitstel wordt in ieder geval niet verleend indien niet aan het bovengenoemde criterium wordt voldaan en gecertificeerden door eigen toedoen niet aan de verplichtingen hebben voldaan. In deze gevallen vervalt het certificaat na afloop van de vijfjaarsperiode.

Als na afloop van de certificatieperiode alsnog het (de) ontbrekende onderde(e)l(en) (als flextoets) word(t)(en) afgerond en/of de afgeronde onderdelen worden aangevuld met het verplichte onderdeel van het volgende jaar, wordt vanaf het moment dat de toets met succes is afgelegd of de genoemde cursus is afgerond, de certificering hersteld. Terugwerkende kracht is dan niet aan de orde en de nieuwe certificatieperiode is dus korter dan vijf jaar. Indien men voor hercertificering gebruik heeft gemaakt van een verplichting van de nieuwe periode, dan vervalt daarvoor het pauzejaar. Dergelijke verzoeken worden ambtshalve afgewikkeld.

 

Slotopmerkingen

  • Algehele vrijstelling van de hercertificeringsverplichting wordt niet verleend;·        
  • Verzoeken naar aanleiding van verwijdering uit het register c.q. beëindiging van de inschrijving op grond van tucht- of strafrechtelijke uitspraken, wanbetaling e.d. worden door de Commissie niet in behandeling genomen. Hiertegen staat langs andere weg bezwaar en beroep open.

 Rotterdam, september 2011